Altijd was ik al gewend te fotograferen in kleine studio's.
Die in het Hirschgebouw vormde daarop geen uitzondering en nog maar net zag ik kans daarin een klein maanlandschap te creëren met een laag zand en een rookmachine met koude koolzuurdamp. Het was kort na de geslaagde landing van de eerste mensen op de maan. Gekluisterd keek heel de wereld naar de beelden op tv.
In die tijd deed ik nog zelf de styling, maar wáar moest ik een astronautenpak vandaan halen? Via via vond ik een voorlichtingscentrum waar ze bereid waren hun enig NASA-exemplaar aan mij uit te lenen, kompleet met een fake helm, dus zonder beademingsapparatuur hetgeen een enorm probleem opleverde, want het model kon daarin slechts een klein minuutje luchthappen en bovendien bewasemde dat stomme ding direct door zijn uitgestoten adem.
De slang is van de stofzuiger van mijn vrouw en het pakket op zijn rug bestaat uit kartonnen dozen omwikkeld met een stuk laken. Bleef over het maanmannetje.
Soms stond er in de lift wel eens een dwerg. Maar als je iets nodig hebt zie je het niet en bovendien
wat zou ik tegen dat mannetje moeten zeggen? Inderdaad
gewoon: "Ik heb een maanmannetje nodig, wil jij dat voor me doen?" Hij was de eerste die dat heel gewoon vond.
De maillot hebben we groen geverfd in gloeiend heet water om gelijktijdig te laten krimpen, een zwarte tuinslang werd om zijn lijf gewikkeld, plus een groene staart. Crêpepapier om zijn hals, zijn gezicht groen gesminckt, een feestneus en een badmuts op zijn kop met oren uit de feestwinkel. Nog wat rare ballen op een stokje en een douchekophouder als antenne. Klaar was Kees.
---