van Jo Misdom met vrijwel altijd een plaatje bij een praatje
ZATERDAGMORGEN
Ik moet je waarschuwen. Dit wordt weer eens een nietszeggend verhaaltje.
Gewoon wegklikken is het beste. Doen! Zonde van je tijd. Deze keer doe je mij er geen verdriet mee.
Temeer daar júllie natuurlijk allang weten dat de meeste scheppingsverhalen beginnen met een absoluut niets.
In de Noorse mythologie heet dit Ginnungagap, of gapende leegte. Misschien is ons woord ginnegappen
daar wel uit ontstaan.
In het boeddhisme bestaat een vorm van meditatie die de basis van nietsheid genoemd wordt.
Daarbij richt men de aandacht op het concept van 'niets'. De zevende van de acht jhanas genoemd.
Ook de filosofie van Nagarjuna is geconcentreerd rond het niets, sunyata, leegte.
Waar heb ik het over... de gemiddelde lezer weet dat allemaal wel. Ik niet. Heb het vrijwel woordelijk
overgenomen van Wikipedia. Je moet toch wat om niets iets te laten worden.

Ons dorp is een rustig dorp. Er gebeurt niets. Zelden iets. Vandaar.
De stilte wordt slechts een paar keer per jaar verstoord door een rumoerige optocht voorafgegaan door
een hoempapaorkest (of een drumband dat van toeten nog blazen weet), carnavalsgekken (idioterie), de intocht
van Sinterklaas, hartverlammende knallen van ver voor de kerst afgestoken illegaal vuurwerk door asociale
hangjongeren, of - en dat is veel erger - een verjaardagsfeestje waarbij het muziekgeluid, nou ja... muziek,
in elk geval het geluid na middernacht tot discohoogte wordt opgeschroefd.
Ik ben een keer om één uur kwaad het bed uitgestapt, heb de feestvierders opgezocht en constateerde dat de
mammoetspeakers in hun tuin richting mijn huis stonden opgesteld. Wat was er logischer dan die lawaaimonsters
180 graden te draaien zodat de menigte hun valse karaokegezang in eigen smoel weerkaatst kreeg?
Het werd mij niet in dank afgenomen. Nog wekenlang heb ik kunnen nadenken of ik mij vanwege een gekneusde rib
en vele beurse blauwe plekken een spijtoptant mocht noemen.
Maar daar wilde ik het eigenlijk niet over hebben. Ik wil beslist niet zielig doen.

Het allerallerergste zijn de luidruchtige bomensnoeiers, die in de vroege ochtend met kettingzagen de oordoppen
uit mijn oren blazen. Maar veelal is dat door de week, op werkdagen waarop ik de verplichting om mee te doen
al jaren geleden achter mij heb gelaten vanwege het welverdiende edoch helaas niet waardevast pensioen.
Dat het klootjesvolk daar om kwartvooracht in de morgen mee begint is door de week al erg genoeg, maar dat op
zaterdagmorgen zo'n lul de behanger van een zwartwerkende tuinklojo mij wakker maakt is een grof schandaal.
Vanmorgen bijvoorbeeld lag ik nog heerlijk te ronken toen een onbestemd gezoem, gedempt door voornoemde
oordopjes, mijn roes van de vrijdagavondborrel verstoorde.
Ik weet nog dat ik dacht: Shit, nee hè, vandaag niet! Shit, dacht ik, mij groen en geel ergerend, Weer zo'n oetlul
die in mijn tijd staat te bladblazen in andermans tuin
.
(De foto hierboven verbeeldt het lieflijk droomgebied waar ik vertoefde en bladblazen uiteraard streng verboden is).
Een colonne overijverige bijtjes, dacht ik nog heel even, mijzelf tot kalmte sussend, Of een overjarige mug.
Ik mepte wat vergeefs in het rond tot het tot mij doordrong asociaal in bed te liggen. Kwartvoortien. Na dertig
verwarde ogenblikken besefte ik dat het onze eigen lieve sociale hulp was, die godbeterhet in haar vrije tijd
voor ons beneden stond te stofzuigen waar ze normaliter niet voor tien uur aan durft te beginnen. Ons kent ons.
Maar... bedacht ik mijzelf excuserend... Nihil agere delectat (Niets doen verkwikt). Dat zei Marcus Tullius Cicero,
Romeins staatsman en schrijver al ver voor Christus.
En om dit nietszeggend stukje te beëindigen (ik heb je gewaarschuwd) ben ik zo vrij Louis Paul Boon te citeren:
"Mensen die niets te zeggen hebben, schrijven boeken. Zij die veel te zeggen hebben, kunnen niet schrijven."

                                                                               ---
februari 2009
<<< vorig verhaal
boekenkeuze
fotosite
overzicht