VAKANTIE - vervolg
Vianden heeft twee attracties waar de gemiddelde toerist niet omheen kan.
Natuurlijk zijn er meer, maar van Lasmi mag ik daar wèl omheen. Blijven over HET kasteel en DE kabelbaan.
Informatie leert ons dat het trap-op-trap-af is in het kasteel. En daar zijn Lasmi's klutsknieën niet op berekend.
Rest ons de kabelbaan. Hoef je niet te lopen. Kan je blijven zitten. Net iets voor ons. Maar wáár is dat ding?
Na lang zoeken menen we de ingang gevonden te hebben, parkeren de auto, stappen uit en zien ons omringd door zo'n honderd leipelingen met de meest kleurrijke, maar naar mijn smaak wanstaltige, tatoeages op alle denk- en ondenkbare ontblote lichaamsdelen. Met bevreemde blikken worden we bekeken.
"We zijn nog niet open," roept iemand als ik de eerste de beste deur inloop om kaartjes voor de kabelbaan te kopen. Verwilderd probeer ik voorbij de enge foto's van diverse piercingstalletjes te kijken, maar we zijn in een totaal verkeerde, ons vreemde wereld, terechtgekomen. Behalve met onze, in grote getale her en der verspreide, lidtekens valt er hier door ons weinig te scoren. We vluchten naar buiten en in mijn verwarring vergeet ik zelfs foto's te maken.
Een gemiste kans. Maar wáár, verdomme, hangt die kabelbaan?
Een paar honderd meter verder laten we ons 'scheppen' en voor ik het weet bengelen we,
aan het lot over geleverd, boven de Our waar onder ons twee statige zwanen hun nog grijze
jongen aan wal helpen. Ik vind het doodeng en bid: Als die kabel knapt, laat het dan in
Godsnaam hier gebeuren. Alles liever dan een doodsmak op het harde versgekapte
bomenveld even verderop. Lasmi zit verkrampt met haar belachelijk grote tas op schoot
geklemd, bang dat er iets uitdondert, maar spreekt mij bemoedigend toe: "Leuk hè!"
Boven worden we opgevangen door twee geheide Amsterdammers, die hier, zo blijkt, twee maanden per jaar wat bijverdienen. "Maar," zeggen ze, "We zullen godsblij zijn als het weer voorbij is. Wat een ongezellig kalenete kloteland. Ze zijn hier allemaal schatrijk, maar ze doen er niks mee."
Aldus kenners van Luxemburg, hetgeen geheel strookt met onze eigen onbevooroordeelde waarneming.
Ze vertellen ook nog dat er vanavond vijfendertigduizend mensen in Vianden worden verwacht. Feest dus.
Nog even doorbijten. Morgen gelukkig door naar Frankrijk. (Wordt vervolgd)