PLANEET
Is er dan niemand die hem kan helpen?
In opperste verwarring zit hij achter zijn bureau. Het was geen droom geweest.
Zeker weten. Of toch? Zijn geheugen laat hem in de steek. Hij mist een dag,
terwijl hij zeker weet... maar nee, zijn vrouw heeft hem uit de droom geholpen.
Vandaag is het geen woens- maar donderdag. En toch...
NASA-foto's geven zijn verblijf als witte stippen aan. Vier keer is hij aan
het wandelen geweest. De eerste keer heel even. Daarna wat langer en
na een korte stop opnieuw, omdat het donkere ravijn het uitzicht had
belemmerd. Hij was gestruikeld, languit voorover en in slaap gevallen.
NASA had stevig op hem ingepraat: "Oostwaarts, dan kom je in open
terrein." Gelukkig had dat hele eind een storm hem in de rug geblazen
totdat hij opnieuw uitgeput ter aarde was gestort. Ter aarde?
Hij had geen speld horen vallen. Absoluut geluidloos. Doodstil.
Het landschap zag er uit als de slapgesmolten plastic wereld van Dali.
Vreemde grillig gevormde 'bomen' van een materie die nog het meest
aan blauwe klei deed denken. Aan de horizon wit licht. De hemel zwart.
Ondoordringbaar zwart. Terwijl daar ergens toch een maan, een zon
moest zijn, een aarde die in zijn vertrouwde baan zou cirkelen.
Plotseling een luid gekraak. Nasale Amerikaanse stem: "Wat doe je? Is
alles goed? De vlag. Plant de vlag. Wáar heb je de vlag? Je moet terug.
We sturen nu de shuttle naar je toe."
Hij zat te grinniken achter zijn bureau. Ja, die vlag. Hij wist het weer.
Ze hadden raar opgekeken. De vlag zat in zijn ruimtepak verstopt. Met veel
moeite kreeg hij die, zonder het vacuüm te verstoren, in zijn handen. Shit, wat
was het koud. Stervenskoud. De vlaggenstok had hij klemgezet tussen een paar
blokken ijs en daarna zo vlug mogelijk het glinsterende ruimteschip ingehuppelsprongen.
"What the fuck! You, fucking Dutchman! Who the fuck you think you are? Go back, man!
Repeat, go back, go back, go back!" Ze waren des duivels geweest. En nóg natuurlijk.
"You can de kolere krijgen," had hij geroepen. Ze verstonden het toch niet. En - terwijl hij echt niet
zo koningsgezind is - met de middelvinger omhoog: "Oranje boven."
Door de patrijspoort had hij zijn Nederlandse vlag zien staan. Statig golvend in de wind. Inmiddels was de storm
bedaard. Vanaf dat moment geen beeld meer. Van de landing geen enkele herinnering.
"Waar zit je met je gedachten? Waar denk je aan?" vraagt zijn vrouw. "Heb je trek in een nieuwe haring?"
Op een plastic snijplankje heeft ze twee haringen in mootjes gesneden. In elk stukje een prikkertje. Papieren rood-wit-blauwe vlaggetjes.
Hij barst in tranen uit. "Who the fuck you think I am?"
---