MUSEUMBEZOEK
Met de camera losjes in de linkerhand schiet ik de foto vanaf buikhoogte zonder door de zoeker te kijken. Alleen dat stel links heeft misschien een vermoeden. Laat ik dan ook maar bij hen beginnen.
"Jan, ik doe m'n blauwe vandaag, doe jij dat rode streepje, anders zijn we helemaal uniseks met ons spijkergedoetje."
De man daarnaast hoort bij het vrouwmens dat, gekleed in een donker hobbezakkenpak met capuchon, uit het midden van de foto naar hem toe stapt. Allebei zo van de camping weggelopen. Het regende vandaag. "Mien, laten we maar naar Krabbé gaan kijken. Lekker droog."
Rechts van de hobbezak zie je twee mannen, die het allebei niet meer zien zitten. De linker wil naar huis en is mistroostig op zoek naar zijn vrouw. De ander is er bij gaan zitten, veinst belangstelling, maar heeft vanavond een stijve nek doordat hij alsmaar verlekkerd dat jonge blonde stuk met de ogen volgt. En terecht, die wil ik er ook wel bij hebben voor een doordeweekse dag.
Nee, die dikke zwarte zigeunerin rechts tegen een stoel leunend is nog single. Ze past niet in de bank. Wel apart gekleed. Leuk die bijpassende rode schoentjes. Moderne Assepoester, maar daar zou ze de trap voor moeten aflopen en ik zag haar in de lift.
Wat heeft Krabbé dat ik niet heb? Domme vraag natuurlijk, maar wat ik bedoel is: Waarom wordt de tentoonstelling overspoeld door vrouwen?
Op deze foto tel ik er 17 of 18 tegen 4 mannen en dat is al veel. In andere zalen was ik de enige. En niemand die naar me keek. Maar ja, ik ben natuurlijk ook niet zo kleurrijk. Ook later buiten, de overdekte terrasjes, bevolkt door horden dames. Ik vroeg het aan de ons bedienende ober. Wijze man. Mensenkenner.
"Ach meneer, ik heb begrepen dat hij zelf óók vaak op de tentoonstelling komt."
---