van Jo Misdom met vrijwel altijd een plaatje bij een praatje
MAESTRO
De meeste bewoners van het dorp spreken hem eerbiedig aan met Maestro Gianpietro.
Voor zijn vrienden is hij gewoon Pietro.
In een hokje van twee bij twee staat de maestro vrijwel de hele dag te pielen.
Zijn ogen zijn gelukkig nog goed. Kleine schilderijen verkopen het best, weet hij.
De twee vouwdeuren staan overdag altijd open. De kunstwerkjes hangen ook buiten tegen de gevel.
De meeste passanten die even blijven staan zijn toeristen. Pietro kijkt niet op of om. Ofschoon hij van hen leven moet.
De vriendelijke prijsjes, vermeld in lires en euros, moeten het werk doen. Hebberig maken. Onderhandelen doet hij nooit.
Prendere o lasciare. Take it or leave it. Graag of niet. Pietro heeft een goed gevoel voor eigenwaarde.

Dat weet ook zijn jeugdvriend, de aartsbisschop van Palermo, Paolo Romeo, die hem opdracht geeft wandschilderingen
te maken in de kapel van Gibellina Nuova.
Pietro is zeer vereerd maar kijkt bedenkelijk en stelt als financiële voorwaarde een tegemoetkoming voor zijn gemiste omzet.
Hoe hoog die dan wel is vraagt Paolo en Pietro vermenigvuldigt razendsnel met vier.
De deal wordt gesloten op iets beneden de twee en de rest van het seizoen staat het kittige vrouwtje van Pietro in het
winkeltje. Ze charmeert de passanten en prijst de handel aan in haar gebrekkig maar innemend pizza Engels.
Dat heeft ze nog nooit gedaan, maar doet het uitstekend.  

Als de klus geklaard is, en Pietro terug in zijn dorp, staat hij extra ijverig te pielen. Zijn voorraad is immers uitverkocht.

                                                                                          ---
maart 2009
<<< vorig verhaal
boekenkeuze
overzicht
fotosite