KIND
Ze staat er letterlijk tussenin.
Maar het kind vindt het niet leuk meer.
"Mamma, ik wil naar pappa," heeft ze al een paar keer geroepen.
Ongehoord blies de harde wind haar woorden weg.
Waarom moet oma toch zo druk praten?
Dat kletst maar door.
Mamma staat met de handen in de zakken afwachtend te zwijgen.
Weet niet goed wat terug te zeggen.
Oma vertelt ook helemaal geen leuke dingen.
De meeuwen krijsen.
Vragen met hun capriolen aandacht.
Ze horen het kind denken:
Als ik kon vliegen, was ik al weggeweest.
---