JONGETJE
Hij heeft nooit begrepen waar het naar ruikt.
Het is geen vieze lucht. Oud gortdroog hout? Vermengd met stof?
De zolder is verdeeld in vier gedeelten. Links eentje voor de stoffeerderei op de begane grond, rechts voor één, twee en drie hoog. Er ligt van alles opgeslagen: kolen (antraciet, cokes en briketten), turfblokken, aanmaakhout, oude kranten, kapotte meubelen, kartonnen dozen, een half gesloopt bed, opgevouwen gordijnen, een kinderwagen, fietsonderdelen, groentekistjes gevuld met onherkenbare troep. Hij staat er vaak naar te gluren tussen de 'tralies' door.
Wat zou erin zitten?
Zo'n lattenzolder ziet er uit als een gevangenis. Staande 10cm brede planken als tralies. Een eveneens planken deur, afgesloten met een hangslot. Soms via een ketting om twee latten geslagen.
Aan de voorkant, in het midden tussen de lattenzolders, een meter vanaf de vloer, grote openslaande ramen voor de verhuizers om staande op de vensterbank een takelblok op te kunnen hangen, aan een stalen balk met kromme haak. De ramen zijn de enige lichtbron. 's Avonds is het er stikdonker. Niemand die ooit de moeite neemt verlichting aan te leggen.
Wie zou de stroom moeten betalen?
Op de grond voor het raam een hardhouten hakblok van ca 80x40x40cm.
Dat is een klusje dat hij graag voor zijn moeder overheeft. Houtjes hakken. Met een botte bijl.
"Doe je voorzichtig, jongen!"
's Winters wordt hij vaak naar boven gestuurd om kolen te scheppen.
In het donker is dat doodeng. Het kraakt er meestal angstaanjagend. Soms staren twee helgroene ogen hem vals aan.
Het duurt altijd even voor hij begrijpt dat die rot kat van ons weer eens naar boven is gevlucht.
"Ga jij die kat eens pakken, jongen."
Maar zo'n eigenwijs kreng vanachter de planken vandaan jagen is vrijwel onbegonnen werk.
Het beest verdwijnt simpelweg in de verste uithoek.
Links naast het trapportaal is een branddeur. Een geheimzinnig met oud behang beplakt en scheefhangend geval. Met veel moeite lukt het hem een keer door een kier naar het andere pand te sluipen. Daar ruikt het anders. Netter.
Het zijn waarschijnlijk rijkere buren. Hún huis heeft dan ook een balkonnetje aan de voorkant.
Hij heeft zich voorgenomen via hun trappen naar beneden te lopen, maar durft niet verder te gaan als hij stemmen hoort en zich als de wiedeweerga door de branddeur terug wurmt en snel zo goed mogelijk weer dichtdoet. Met kloppend hart staat hij aan de andere kant te luisteren of iemand hem heeft betrapt.
Als hij groter is gegroeid krijgt hij voor zijn 14e verjaardag een prachtige grijze doos vol met reageerbuisjes, een houten klemtang, kleine potjes met blauw, groen, wit en rood gekleurde chemicaliën, een erlenmeyer, pincet, thermometer en een boekje waarin allerlei proeven staan beschreven. Giftige dampen hangen op zijn zolderkamer en als de hele handel een keer uit elkaar knalt en zijn overhemd onherstelbaar is beschadigd, vindt zijn moeder het wel mooi geweest.
"Niet meer doen, jongen."
Hij is al zestien als hij eindelijk een echte herenfiets krijgt. Daarmee ontstaat ook het probleem van een lekke band. Zijn vader leert hem hoe hij die plakken moet.
Maar dat lukt niet. Als hij binnen- en buitenband terugwurmt om de velg, blijkt de band telkens wéér lek. Hij krijgt het niet voor elkaar. Tot groot onbegrip en frustratie van zijn vader.
Het is misschien wel de eerste aanleiding voor de jarenlange verwijdering tussen zijn vader en hem. En als hij later op dansles ook nog eens blijft 'hangen' aan een meisje met ex NSB-ouders, betekent dat het einde van zijn zorgeloze jeugd.
---