van Jo Misdom met vrijwel altijd een plaatje bij een praatje
FOTOGRAAF
Om dat te worden zal vanaf 1952 een lange weg afgelegd moeten worden.
Op de ladder naar succes staat hij pas op de onderste trede, loopjongen. Het idee van een schoolopleiding komt niet in hem op. Hij is al 22 en zijn verloofde verdient een maandsalaris, waar zijn twintig gulden in de week wel heel schriel tegen afsteken.
Ze maken de afspraak pas te trouwen, als beide duizend gulden op de spaarbank hebben staan.
Dat kan dus wel even duren. Als loopjongen maar heel hard fietsen.

Het wordt een variant op het spreekwoord twaalf ambachten, dertien ongelukken.
Als hij uiteindelijk zijn eigen studio runt, zijn twaalf werkgevers 'versleten'. Maar voor het zover is zullen er jaren aan voorafgaan.. Om precies te zijn: van juli '54 tot 1 januari '68. Dertien jaar!
Lange jaren van vallen en opstaan.
Zijn ouders en schoonouders zien het met lede ogen aan en zullen zich met name de eerste jaren hebben afgevraagd waar het schip zou stranden. Veel vertrouwen straalden ze niet uit.
Dat hoefde ook niet. Al die tijd stond zijn blik op oneindig. En met een supergroothoek is dan vrijwel alles scherp.

In 1957 heeft hij die duizend gulden bij elkaar. Trouwen dus. En emigreren naar de lichtstad Eindhoven.
Eindelijk losgeweekt van alle drama's waarmee schoonmama hun leven tot tranen toe steeds weer moeilijk heeft gemaakt. Maar dat zal wishful thinking blijken.
Eindhoven lijkt een goede baan. Nou ja, goed… na amper drie maanden blijkt het een luchtballon.
Lekgeprikt, ontslagen, geen idee waarom. Wat nu?
Achteraf gezien is zijn fotografisch leven gestuurd door een goedgezinde beschermengel, die hem op beslissende momenten de juiste keuze liet maken. Dat is dan ook de taak van een beschermengel, kan je zeggen.

Misschien is het een soort gretigheid die hem in aanraking brengt met twee geweldige fotografen van naam.
Cor van Weele en Godfried de Groot, beide in Amsterdam. De eerste een leerling van de tweede, maar totaal verschillende grootheden met volkomen andere ideeën over het vak. De eerste filosofisch, zoekt voor een portret de karakterkant, de ander puur esthetisch, mooimaker van de buitenkant.
De dan al ex-loopjongen heeft het geluk bij alle twee te mogen werken.

Geluk is niet ongrijpbaar. Het loopt voor je uit, of kruist je weg.
Je moet het inhalen, herkennen en je kans pakken.

Al die jaren is geld niet echt belangrijk. Zijn vrouw en hij hebben niet veel nodig om gelukkig te zijn.
Bovendien komt er een lieve gezonde dochter, die ineens andere prioriteiten stelt. Waar hij zich overigens niet veel van aantrekt. Achteraf gezien te weinig.
De fotografie slokt hem op. Het is moeilijk een balans te vinden tussen beroeps- en gezinsleven. Temeer daar schoonmama dat laatste jarenlang terroriseert met haar niet aflatende bemoeizucht.
Een alinea uit het rapport van een zeer geroemde grafoloog:
Het te analyseren handschrift, afkomstig van een 57-jarige vrouw, vertoont een psychopathische- en neurotische persoonlijkheid. Er vallen in de eerste plaats grote spanningen in de persoonlijkheidsstructuur van de schrijfster op, welke uit niet-verwerkte jeugdconflicten en een innerlijke problematiek zijn te verklaren. Het schriftbeeld toont dat de schrijfster enigszins mannelijk geaard is en vaak tracht over andere mensen de baas te spelen en haar eigen wil door te zetten.
Verder vallen zeer grote agressietendensen op, welke uit minderwaardigheids-gevoelens voortvloeien. Schrijfsters gevoel van eigenwaarde en zelfrespect schommelen tussen "Ichbetonung" en "Ichverlust."
Zij tracht de aanwezige insufficiëntiegevoelens door geldingsdrang, voorgewende zelfverzekerdheid, pretentie en zoals reeds genoemde sterke agressietendenties te overcompenseren
.
Het rapport eindigt met:
In het schriftbeeld komen sterke onoprechtsheids- en oneerlijkheidskenmerken naar voren, evenals dat zij niet helemaal toerekeningsvatbaar blijkt te zijn. Onder dit gezichtspunt moet men natuurlijk ook haar betrouwbaarheid als sterk verminderd beschouwen.
Op grond van schriftanalytisch inzicht lijkt het dientengevolge raadzaam schrijfster zo mogelijk een psychiatrisch onderzoek te laten ondergaan
.

We schrijven april 1965. Een dramatisch verslag.
Na 17 jaar tobben een afschuwelijke verklaring van wat ze allemaal met haar hebben meegemaakt.
En belangrijk: Dat het niet alleen aan hen gelegen heeft. Een bevestiging dat met gekken nauwelijks te praten valt.
Maar ook, nu hij ouder en wijzer(?) is geworden, wat een tragiek ook voor schoonmama, die door hem uit woede en frustratie bij leven al begraven was. Genoeg hierover. Het boek is eindelijk dichtgeslagen.

In 1968 lacht het geluk hem opnieuw toe.
In de vorm van een paar reclamemannen, die de mogelijkheid bieden een eigen fotostudio te beginnen.
Het harde werken levert nu ook financiële vruchten op. Een auto, een eigen huis, leuke vakanties en… zijn vader (met pensioen dus kleiner inkomen) op de loonlijst als… 'loopjongen'(!) om spoedopdrachten weg te te brengen.
Eindelijk trots op hem.
"Dat heeft die jongen toch maar mooi bereikt."

                                                                                      ---
november 2008
foto Godfried de Groot
Cor van Weele (1918-1989) rond 1955
foto van Jo Misdom (1932 -...?)
door Godfried de Groot in 1958
Godfried de Groot  (1894-1963)
uitsnede uit groepsfoto door Paul Huf in 1960
(zie onder dit verhaal)
Groepsfoto door Paul Huf voor De Telegraaf in 1960,
vlnr Paul Huf, Jaap d'Oliveira, Corine Rottschäfer, Johan vd Keuken, Annelies Romein, Cas Oorthuys, Andrea Domburg, Godfried de Groot, Carel Blazer, Nico Zomer, Ben van Meerendonk, Hans Dukkers, Joop Colson, Henk Jonker, Frits Rotgans.
voorgaand verhaal >>>
BoekenKeuze
<<< overzicht