DUIVEN
Ik heb iets met ze. Beter gezegd er tegen. Toch kan ik het niet nalaten ze steeds weer te fotograferen.
Zo'n buitenlands balkonnetje. Daar zijn er honderden van. Geen reden daar fotografisch aandacht aan te besteden. Maar door die stomme duif laat ik me verleiden.
Duiven hebben een karakteristiek silhouet. In rust een bolle borst waarin kop en snavel zich teruggetrokken hebben. Als ze hyper zijn, nerveus of bang, verheft die kop zich juist op een lang, eng, dun nekje en kijken ze schoksgewijze om zich heen. Alsof ze elk moment een aanval verwachten. Om zeker te zijn dat te ontlopen vliegen ze meestal weg. En kan ik weer rustig ademhalen.
Vieze beesten zijn het. Schijtlijsters.
Geoefende bommenwerpers. Altijd op mijn pasgewassen auto.
Als je het een dag laat zitten, blijft er een vlek achter die niet meer weg te poetsen is. Ook op schoongelapte ramen hebben ze het gemunt. De werkster is nauwelijks klaar, emmer en zeem opgeborgen, of flats. Een verse vette witte druiper ontsiert het uitzicht. Bah, en ze koeren ook nog. Lawaaimakers.
Oké, dat zijn mensen ook. Bij het uitgaan van de kroeg. Maar dan slaap ik nog niet. Duiven pesten mij wakker bij het krieken van de dag. En dat heeft niets te maken met nagenoeg zwarte, zeer zoete kersen met grote pit, die bij het eten de lippen blauwzwart kleuren.
Nee, het zijn de Turkse tortels die mij in het holst van de nacht uit bed krijgen om zwaaiend met een wit T-shirt dat klotebeest van het dak te verjagen. Uh-uh-uh-uhhh! (Maal dertig)
Toch vind ik het een aardige foto.
Een duif met gevoel voor symmetrie. Exact boven het middelste ornament. Waardoor de symmetrie weer doorboken wordt. Of juist versterkt?
---