DRIELUIK
Bijgaande foto maakte ik tijdens een tentoonstelling van Jeroen Krabbé in Museum de Fundatie te Zwolle.
We waren onze eigen gang gegaan en hadden afgesproken elkaar weer te ontmoeten op de galerij gelegen tussen de expositiezalen. Lasmi stond er al, en precies op een plek zonder medebezoekers. Hetgeen een wonder was. Overal elders was het dringen. De situatie 'vroeg' om een foto. Pas thuis zag ik dat ze poseerde voor een vijfluik van de Borobudur.
De Bororbudur roept bij Lasmi en mij gemengde gevoelens op.
Op onze huwelijksreis in 1988 waren we er voor het eerst. Tien jaar later een tweede keer. Met als grote verschil dat ik pas de tweede keer in staat was op de top te komen. In 1988 stond ik aan de voet van de enorme trap, keek omhoog, en dacht: Daar ben ik onder andere voor naar Java gekomen, en nu kan ik niet eens omhoog klimmen.
Maar ook: Laat ik maar blij zijn hier te kunnen staan.
Slechts een paar dagen daarvoor was ik ontslagen uit het ziekenhuis van Yogyakarta na een hartinfarct. Deze eindeloze trap vormde een niet te nemen hindernis. Ik scharrelde een beetje naar links en rechts om nog wat te kunnen fotograferen. Dat was niet echt bevredigend en terwijl Lasmi met haar familie naar boven klom dacht ik: Ik koop wel een ansichtkaart.
In 1998 stonden we alsnog met ons tweeën boven op de top. Tussen de stupa's.
Lasmi stak haar hand in zo'n gat en deed een wens. Wat ze gevraagd heeft weet ik niet, maar dat de wens vervuld is, is wel zeker. En nu - in 2008 - is alles dat nog komt mooi meegenomen.