van Jo Misdom met zo af en toe een plaatje bij een praatje
BOOM
Zoals hij er nog niet zo lang geleden stond, kan ik hem helaas niet laten zien.
Had ik dit drama vroegtijdig onderkend, dan zou hij in heel zijn weelderig groene glorie zijn vereeuwigd. Een prachtig huizenhoge boom.
Op een kwade dag in maart worden we gewekt door een tot op het bot doordringend knetterend lawaai van kettingzagen.
"Ach, weer zo'n gek die zijn tuin laat verbouwen," denk ik en stop mijn slaperige kop wat verder onder de dekens. Uren later is het pestgeluid verstomd.
Als ik later op de dag een brief ga posten, sta ik verbijsterd stil bij het zielige restant van de eens zo trotse reus. Een meter hoge stomp is alles wat er over is.
Zinloos geweld. Rücksichtslos geamputeerd. Bloedend staart de stumper mij aan.

Eind april staat hij er nog. Voorbijgangers kijkt hij verwijtend na.
Waarom moet de zielenpoot daar nog steeds staan lijden?
Waarom niet gelijk helemaal verwijderd. Voelt een boom geen pijn?  
Maar in mei vertoont hij ineens tekenen van leven. Jeugdig groen siert zijn nog kale kop. Zonlicht schittert op de jonge takjes. Zie je wel ik ben niet ziek.

Half augustus heeft hij de gemene valse groenverknallers overwonnen.
De oranje mannen van G. van Dijk BV een loer gedraaid. Een weelderige struik siert gelukkig weer de oprit naar ons woonerf. We zijn trots op hem. Totdat...

Eind augustus opnieuw een hels lawaai. Begrafenisondernemers doen hun werk.
Schreeuwend, spittend, gravend, hakkend, vegend, krabbend, schurend, blazend, brommend, grommend... Dan is het oorverdovend stil.
Wat rest is een bruine kale plek in het gras. Wat ontbreekt is een klein, simpel houten kruisje met de tekst: Het was mij niet gegund.
                                                                  ---
september 2008
VoorgaandVerhaal >>>
BoekenKeuze
fotosite
VerhalenOverzicht