Willens en wetens hebben ze indertijd het huis gekocht.
Ondanks de langsrazende treinen. Vrijwel om de tien minuten.
Vaak twee tegelijk. In tegengestelde richting.
Ze zijn eraan gewend geraakt.
Als jongen woonde de man in Amsterdam. Vlakbij een bocht,
waar doorheen elke ochtend vroeg lijn 16 schuurde, piepte en knarste.
Alleen de eerste paar weken was hij daar wakker van geworden.
Ook hier had hij al snel het lawaai kunnen buitensluiten.
Bezoekers verbaasden zich dat de bewoners geen last hadden van die herrie.
Maar sinds de dood van zijn vrouw stond de man wel steeds vaker,
diep in gedachten verzonken, over de schutting te kijken.
De denderende onscherpe gele streep werkte hypnotiserend.
Verdovend.
Hij was geschrokken, toen de buurvrouw hem een keer betrapte.
Verschrikt had ze haar hand op zijn schouder gelegd.
Hem hoofdschuddend aangekeken.
"Nee, nee!" had hij geroepen, "Het is niet wat je denkt."
---