Tijdens het passeren staren twee paar holle ogen mij ondoordringend aan.
Roerloos staan de hoogglanzend plastic etalagepoppen emotieloos te wachten.
Stoer. In zichzelf gekeerd. Melancholiek.
Maar zie, maar zie, die in het glimmend goud gepakte rechter echter laat een traan.
Of kwijlt de golden boy? Bovendien vertoont zijn ene holle oog een schijn van leven.
Een vaag vermoeden van een lijpe knipoog.
Merk ook de weerspiegeling van de lantaarn bij dat bloemkooloor.
Breed geschouderd lijken ze oorspronkelijk gebouwd als dummy domme krachten.
Nepfiguren in het licht van etalagelampen staan voor gek op wacht te wachten.
En in hun buik een slim recordertje dat bast met trage zware langgerekte lage stemmen:
Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply Suit Supply
---