In de warme tropische nacht van 29 augustus 1950 stapte het gezin Sangidi aan boord van het Engelse hospitaalschip M.S.Ranchi
en stoomden naar het, voor hen op dat moment nog onbekende, nieuwe vaderland dat Nederland heette.
Aan boord werd een aantal baby's geboren, die prompt de Engelse nationaliteit kregen. Ook Mammie 'liep op alle dag' en zag dat
Engels niet zo zitten. Gelukkig wist Martinah (het 5e kind) zich nog een tijdje binnenboord te houden.
Na het Suezkanaal werd het koud en kreeg Pap zijn warme 'eerste grijs.'
In Nederland stond niemand op de kade ter verwelkoming te wachten. Ze werden spoorslags overgebracht naar het contractpension
hotel 'De Schelp' in Zantvoort, het eerste zgn. contractpension in een lange rij, en konden daar vanuit hun raam de ruige Noordzee
bewonderen.
Na een jaar verhuisde het gezin naar Laren N.H. waar een nieuw onderkomen werd gevonden in de door de familie Singer
ter beschikking gestelde villa 'De Wilde Zwanen'. Lasmi zat daar een paar jaar op de meisjesschool van de zusters Dominicanessen
en deed haar best Nederlandser te worden dan het gemiddelde Larense kind.
Wikipedia schrijft:
Zo'n 300.000 Indische Nederlanders (
zie Indo) zijn in de jaren '50 naar Nederland gerepatrieerd.
Over de volbloed Indonesische mensen, die dus géén Nederlanders waren, heb ik helemaal niets kunnen vinden. De 17 gezinnen,
waaronder Pap en Mam Sangidi met inmiddels vijf kinderen, zijn vanaf hun repatriëring in 1950 tot heden een vergeten groep gebleven.
Schaam u niet, de gemiddelde Nederlander zoals u en ik wist en weet van hun bestaan niets af.
De Nederlandse regering echter des te meer. Die wist niets beters te doen - toen niet lang daarna ook de grote groep
Molukse Knillers Nederland binnenkwam (40.000) - hen en masse te ontslaan uit het leger. Zo stond het immers in de wet:
Niet Nederlanders
kunnen geen militair zijn in het Nederlandse leger. Ook Pap en zijn kompanen moesten van de ene op de andere dag hun uniform inleveren en waren werkeloos.
Werkeloos na tig jaren trouwe dienst in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Werkeloos. En geen uitkering!
Vervolgens verdiende Pap een schamele boterham in o.a. een fietsenfabriek en in het munitiedepot Hemweg. Wel moest hij van
zijn salaris 60% afdragen aan het contractpension voor kost en inwoning. Nu ik dit schrijf komt het schaamrood mij alsnog op de kaken.
Na een paar jaar Singer verhuisden zij voor drie maanden naar Baarn en daarna woonden ze twee jaar in Leersum.
Op voorspraak van een hem toegenegen generaal kreeg Pap een baan als messbediende op de vliegbasis Soesterberg en kon het gezin
eindelijk verhuizen naar een echte woning in Utrecht. Dat gezin bestond toen uit acht personen: Mammie 32 jaar, Pap 35 jaar,
Rob 14, Lasmi 11, Maria 9, Nana bijna 6 en Martinah bijna 3 jaar.
Ineke zou een jaar later geboren worden, op de dag dat Stalin stierf. Twee jaar later kwam in Utrecht hun jongste zoon Harjono Sangidi.
Bovenstaande foto is in de zomer van 1952 gemaakt in de tuin van de 'De Wilde Zwanen' in Laren. (Pap en Rob staan niet op de foto)
Het Singermuseum en het theater bestonden nog niet. De huidige zaal van het restaurant was de toenmalige woonkamer met een gezellige
open haard en een serre, waar Lasmi met vriendinnetjes toneelstukjes opvoerde. Zij beschouwt deze periode nog steeds als
een van de gelukkigste perioden in haar kinderjaren.
In de Singervilla woonden twee gezinnen met een groot aantal kinderen. De mannen kregen les in de Nederlandse taal, voor de vrouwen
vond men dat niet nodig. Zij kregen handwerkles.
Het heeft nog tot rond 1960
geduurd alvorens een ambtenaar van de Burgerlijke Stand Pap Sangidi waardig bevond hem tot Nederlander
te naturaliseren. Pap kreeg de naam Franciscus Sangidi, terwijl een rechtgeaarde Javaan de f niet kan uitspreken, zodat hij voortaan als
Prans door het leven ging.
Ik heb de grootse bewondering voor de inzet van Pap en Mam, die het voor elkaar kregen hun kinderen een goede schoolopleiding
te laten volgen. Twee dochters volgden zelfs een universitaire opleiding en alle kinderen zijn waarschijnlijk meer Nederlander
dan de meeste Nederlanders. Maar toch...
Door het onvergeeflijke onrecht (ontslag) hem door de Nederlandse regering aangedaan wilde Pap bij zijn begrafenis
de kist bedekt hebben met de roodwitte vlag van Indonesië. En zo geschiedde.
---