Ineens voel ik een duiveltje
op mijn schouder zitten.
Het fluistert in mijn oor:
"Misdom, je bent er ingetrapt.
Zie je dan niet dat het een
knap toneelstukje is.
Kijk eens naar hun kleding.
Prachtig verzorgd, schoon,
vrijwel nieuw overhemd,
kreukloos gestreken."
"Stop!" roep ik, "Nee,
het zijn arme sloebers.
Heel wat beschaafder dan jij.
Ga weg."