Zo maar een dag door de week. Niks bijzonders.
Alleen het weer is bijzonder. Stralend zonnige dag.
Nee, niet deze week. Het was in mei, waarin alle vogels...
Dus wàt was dat niet aflatende gepiep?
Ik kijk omhoog.
Zie een ijverig mussenechtpaar af en aanvliegen.
Met piepkleine stukjes brood in hun snavel.
Verdwijnen onder een dakpan. Daar piepen hun jongen.
Ze zijn vader en moeder geworden. Dus hebben het druk.
Maar dan ineens... Wat een lawaai!
Pappa (of mamma) krimpt in elkaar op de dakrand.
Hun jongen zijn de bek gesnoerd door een daverend gedreun.
Hoog in de lucht vliegt een zilveren vogel.
Gelijktijdig scheert ook nog een krijsende zeemeeuw over.
Maar het meest angstaanjagend is de vreemdeling,
die veel te dichtbij plotsklaps zijn veren staat uit te schudden.
Gelukkig is alles maar van korte duur. Nog even
wat gebrom in de verte. Dan is de rust weergekeerd.
---