Jopa vertelt aan zijn kleinkinderen over
KONAAS, SLIJMPIE EN DE KROP SLA
Het is al weer een tijdje geleden dat Jopa een wandelingetje maakte (1e verhaal)
Toen had hij Konaas gezien. Samen met dat grappige kleine slakje Slijmpie.
"Hoe zou het met hen zijn?" vroeg Jopa zich af,
"En zouden ze nog iets leuks hebben beleefd? Of iets spannends?
Laat ik hen maar eens proberen te vinden."
Tja, dat was makkelijker gedacht dan gedaan.
Wáár zouden Konaas en Slijmpie nu zijn?
Jopa moest wel heel veel geluk hebben om ze wéér tegen te komen.
'Ik ga gewoon bij dat weitje van de vorige keer zitten,' bedacht Jopa.
Na een uur had Jopa nog niets gezien.
Nou ja, geen Konaas en Slijmpie, maar wel een heleboel andere dingen.
Vlinders, kikkers, libellen, zwarte torretjes, muizen en een paar lieveheersbeestjes.
Maar geen van allen had Konaas of Slijmpie gezien.
Een klein kikkertje was voor Jopa's neus gaan zitten. Recht voor hem
op een waterlelieblad in de sloot. Het kikkertje kwaakte brutaal:
"Ben jij die vieze oude man, die op mijn vaders hoofd heeft geplast?"
"Ja," zei Jopa, "Dat was ik. Wil jij misschien ook een warme douche?"
"Neeeeeehhh," schrok Kikkertje en dook snel onder het waterlelieblad.
Jopa wilde net weggaan toen een boer met een lawaaierige tractor
het gras ging maaien.
"Dag boer," zei Jopa, "Hebt u vandaag Konaas en Slijmpie al gezien."
Boer stopte zijn tractor langs de sloot en vroeg: "Wat zei u, Jopa?"
"Of u Konaas en Slijmpie al hebt gezien?"
Boer schoof zijn pet achterover, krabde peinzend op zijn hoofd en zei:
"Van die twee mensen heb ik nog nooit gehoord."
"Nee," zei Jopa, "Dat is een konijn met een slak op zijn rug.
Maar het kan ook een haas zijn."
"Óók met een slak op zijn rug?" vroeg de boer.
"Ja, boer."
Boer startte zijn tractor, keek bij het wegrijden Jopa wat medelijdend aan
en zei hoofdschuddend: "Ik praat nooit met konijnen of hazen.
En al helemaal niet met een slak.
En-uhhh
Jopa, je drinkt toch niet teveel wijn elke dag, hè!"
Teleurgesteld en een beetje boos stond Jopa op.
"Stomme boer. Denkt zeker dat ik gek ben," mopperde hij.
Een Lieveheersbeestje vloog voorbij, keerde om, landde op Jopa's neus
en fluisterde: "Jopa, volgens mij zijn ze aan de andere kant van de wei.
Ze zitten bij de boerderij in de groententuin te eten van lekkere sappige
slablaadjes."
"Foei," zei Jopa, "Dat mag niet. Dat vinden mensen helemaal niet leuk."
"Vertel ze dat dan maar," zei Lieveheersbeestje en vloog weg.
Jopa moest een heel eind lopen voor hij bij de boerderij kwam.
Toen hij er bijna was, werd hij gepasseerd door de boer op zijn tractor.