Het werkwoord 'fietsen' ligt lekker fris en fruitig in de mond: fietsen. Maar het blijft een werkwoord!
Zit toch ook een beetje klem tussen de lippen ...ffffietsen. In het begin kan het nog alle kanten op: fffffietspoes.
Dit moet een van de laatste, zo niet de laatste keer zijn geweest dat ik op een fiets heb gezeten.
En nog gehuurd ook. Was op het eiland Texel in 2000. Ik weet pesies zou mijn schoonpapa zeggen.
Kijk naar het echtpaar dat daar onder de horizon vandaan komt. Een echtpaar? Ja, een echtpaar.
Als je verliefd bent, fiets je heel anders. Dit zijn statige gewoontefietsers. Doen dat bij mooi weer elke dag. Zie je zo.
Wij zijn moe. Fietsen niet zo vaak. 't Zit snel in de benen. En vooral in de kont. Althans bij mij.
Dat is dan ook de hoofdreden dat ik niet van fietsen hou. Ik nog wel, maar mijn kont niet.
En die zit ermee.
---