VERVELING
Er zijn van die dagen dat ik absoluut niet weet wat ik zal gaan doen.
Terwijl er toch vele mogelijkheden zijn.
Zoals de tuin. Altijd weer die tuin. Dat groeit maar door.
Mijn kamer opruimen. Dat stapelt zich maar op.
De auto wassen. Ja, kom
belachelijk
ik ben niet gek.
Stofzuigen. Of boodschappen doen!
Dan verveel ik me nog liever te pletter. En dat doe ik dan ook uitvoerig.
Als het even kan, moet je op mijn leeftijd niets meer onderdrukken. Dat is slecht voor de stoelgang.
Te pletter vervelen is trouwens een vreemde bezigheid.
Dat kan uitmonden in te pletter vallen. Al of niet vrijwillig.
Dan ben je hartstikke plat. Morsdood. Tweekeer dood. Mors betekent al dood. Morsdood is zoiets als dubbelopenslaande porte-brisée-deuren.
Soms ook in de betekenis van schuifdeuren. Daartussen treden mensen op. Spelen toneel. Met name voor familieleden. En die lachen zich dan weer te pletter.
Vrouwlief is vandaag de hele dag weg. Omaverplichting. Oppassen bij de kleinkinderen. Dat fokt maar door. Die vervelen zich niet. Komen tijd te kort. Waar opa's en oma's te veel van hebben. Denken zij. De fokkers bedoel ik.
Goed tegen verveling. Fokken. Verzet de zinnen. Niet gefokt is altijd mis.
Maar vandaag is het lot mij gunstig gezind.
Ik sta in de tuin. Hoor het onkruid groeien. Mis daardoor een telefoontje.
Als ik weer binnenkom, knippert het antwoordapparaat. Een oud-student.
Of ik vanavond met hem mee wil naar Rotterdam. Een voorstelling van artiesten die hij heeft gefotografeerd.
Acrobaten. Toerenbouwers. Koorddansers. Trapezevliegers.
Als ze maar niet te pletter vallen.
---