De linkse ben ik. 1955. Drieëntwintig jaar.
In de zogenaamde 'afwerkruimte' van de Press Art Studio.
Mijn eerste baan in de fotografie. Daar heb ik de grondbeginselen van het vak geleerd. Ik zit op de rand van de spoelbak.
De foto's zwemmen onder m'n kont in het rond.
Ik had een wat wijdvallende petrolkleurige broek aan. En een zeegroene trui.
Mijn tweede schoonvader zou zeggen: "Ik weet percies."
Sigaretje. Zal wel shag zijn geweest. En een horloge om. Met beide ben ik rond mijn vijftigste gestopt. De sigaretten omdat ik ineens tijdens het schakelen in de auto gevoelloze 'slapende' armen kreeg. Het horloge (kwarts) omdat een tijdschrift vermeldde dat kwarts hartritmestoornissen zou opwekken. Daar had ik toen last van.
Zie mijn dromerige blik. Ik dacht waarschijnlijk aan Astrid.
Tegenover mij, de deur naar de doka waar we films ontwikkelden.
Moest ik Astrid - negentien - leren. Uiteraard in het pik!donker.
Alles gaat op de tast. "Hier sta ik. Waar sta jij? "
Ze was heel leergierig. Ik al verloofd. Zie ring.
Rechts staat Klaas. Hij is met Astrid getrouwd. Was te leergierig.
Leergierig. Wat een stom woord weer.
Op de kast langs de muur stond een vreselijk gehavende foto.
Nam ik mee naar huis. Om te retoucheren. Handwerk.
Photoshop bestond nog lang niet. Gewoon met verf en een penseeltje.
"Wie heeft dat zo mooi gedaan?" vroeg de baas. "Ik meneer."
Mocht gelijk op zijn kosten retouchelessen nemen.
Maar toen ik een paar maanden later naar een volgende werkgever ging,
kon ik alles weer terugbetalen.
Mijn baas was leergierig.
---